Volgende
Vorige

Onderzoek naar integrale aanpak

Associate lector Job van ’t Veer weet alles over eenzaamheid. Binnen het Talmalectoraat doet hij, samen met onder meer collega Renny Ausma, al langer onderzoek naar een integrale aanpak van eenzaamheid. Aanvankelijk vooral onder ouderen, maar in het kader van de Wmo Werkplaats is de lijn doorgetrokken naar andere leeftijdscategorieën en risicogroepen.

Hij schetst het probleem kort, met behulp van voor zichzelf sprekende cijfers. “Eenzaamheid komt in alle geledingen voor. Van jong tot oud, van hoog tot laag opgeleid en in alle sociale klassen. Vaak is het verweven met andere problemen of beperkingen. Denk aan werkloosheid, verslaving, schulden, huiselijk geweld, scheiding, chronische ziekte of depressieve klachten. De mate waarin het als een probleem wordt ervaren, varieert en is persoonsgebonden. Iedereen heeft wel iets van eenzaamheid in zich.”

Cijfers laten zien dat bijna veertig procent van de Nederlanders in zekere mate eenzaam is. Zo’n zeven procent daarvan in hevige mate. Met alle gezondheidsproblemen en maatschappelijke gevolgen en kosten van dien.

Zo vroeg mogelijk
Volgens Job is het een lastig onderwerp, waar niet gemakkelijk over wordt gesproken. Schaamte speelt daarbij een rol, maar ook het kunnen herkennen en de onmacht van de omgeving om het onderwerp aan te snijden en bespreekbaar te maken. “Terwijl het daar natuurlijk mee begint. Herkenning en erkenning. Liefst in een zo vroeg mogelijk stadium, zodat de problemen zich niet opstapelen.”

In het vroegtijdig signaleren spelen zowel de directe omgeving, professionals als vrijwilligers een rol. “Vaak is er meer aan de hand en zijn verzorgers, hulpverleners of vrijwilligers al in beeld. Poets vooral de laatste groep niet uit. Een belangrijk deel van de signalering en ondersteuning achter de voordeur wordt door een groeiende groep, georganiseerde vrijwilligers gedaan. En door de sociale werkers in de wijk.”

Team eenzaamheid