Volgende
Vorige

“Omgaan met nieuwe vrijheid”

Leren omgaan met de geboden vrijheid, is een belangrijk aandachtspunt binnen de gebieds- en wijkteams. Dat heeft niet alleen te maken met de nieuwe manier van werken, maar ook met het feit dat de welzijnssector te veel protocollen kende. Trainster Ieta Berghuis: “Veel teamleden zien de voordelen van de vrijheid die ze nu krijgen. Maar ze komen ook in gevecht met zichzelf.”

Dit leidde ertoe dat enkele teams een moreel beraad in het leven riepen om vragen die uit dit dilemma voortkomen te bespreken. “Vrijheid betekent keuzes maken. Wat doe je bijvoorbeeld met iemand die overlast geeft in een flat. Vraag je de overlastgever wat hij of zij nodig heeft? Of geef je gehoor aan de roep van de buren die vragen of de overlastgever uit de flat kan worden geplaatst?”

Twee bewegingen

Docent-ontwikkelaar en trainer Frits Sieswerda ziet op dit punt twee verschillende bewegingen. Sommige teamleden konden in het verleden veel zelf bepalen. Zij moeten eraan wennen binnen een duidelijk kader te werken. Anderen waren juist gewend binnen strakke lijnen te opereren. Voor hen is het kader juist ruimer geworden. Voor beide groepen is het wennen en zoeken. Belangrijk is volgens hem dat zij zich gesteund weten door hun teamleider. Die moet op zijn beurt kunnen rekenen op rugdekking vanuit de gemeente.

“Wij gaan blunders maken”

“Veel burgers verwachten nog dat hulpverleners ervoor zorgen dat hun problemen worden opgelost. Wat gebeurt er als zij ontevreden zijn en bij de wethouder aankloppen. Geeft die dan toe en verwacht ook hij dat de hulpverlener de problemen verhelpt? Of houdt hij zijn rug recht? In een aantal gemeenten heeft de wethouder gezegd ‘wij gaan blunders maken, anders ontstaat er geen ruimte voor verandering’.”

Beleidsontwikkeling

Gebiedsgericht werken vraagt niet alleen een omslag van zorg- en welzijnswerkers, maar ook van overheden en burgers. In het ideaalbeeld van de docent-ontwikkelaars bespreken teamleiders en beleidsmakers regelmatig met elkaar hoe de nieuwe werkwijze zich ontwikkelt en hoe dit in het beleid terug zou moeten komen.

“Het mooiste is als gemeenten en teams de handelingsruimte met elkaar ontdekken aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. In een team dat ik begeleid speelde onlangs bijvoorbeeld de vraag of een moeder haar PGB mag inzetten voor mantelzorg door haar werkloze dochter. Dat kan nu niet, omdat de dochter beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Maar hiervoor kan de burgemeester ontheffing geven”, vertelt Jaap Ikink. Het wordt volgens hem de kunst voor teamleiders om het lineair georganiseerde beleid en het procesgerichte gebiedsgericht werken bij elkaar te krijgen. “Dat vraagt vakmanschap.”

sociale-wijkteams

Succes

Het voorbeeld maakt volgens Ieta duidelijk dat ook burgers er belang bij hebben – en ervoor kunnen zorgen – dat de gemeente haar beleid aanpast aan oplossingen waar zij zelf mee komen. “Gebiedsgericht werken is een succes wanneer burgerinitiatieven gezien worden”, stelt zij.

Voor Frits is dat het geval wanneer wordt erkend dat mensen welzijn op een eigen manier organiseren en de meerwaarde daarvan duidelijk is voor professionals, burgers en beleidsmakers. Jaap ziet daar nog graag aan toegevoegd dat dit betekent dat ook informele hulp kan worden geïndiceerd en er waardering is voor preventieve zorg.

Gemeenschappelijke vragen

Hoewel alle teams zich op hun eigen manier ontwikkelen, signaleren de trainers van de Wmo Werkplaats terugkerende vragen in alle gemeenten.

  • Aandacht voor collectivisering: hoe programmeer je de beweging van individuele vraag naar collectieve aanpak in de wijk?
  • Sociale steunnetwerken: hoe krijg je de informele netwerken in kaart en hoe spreek je ze aan? Hoe krijg je zicht op de civil society?
  • Dubbele managementuitdaging van teamleiders: hoe zorg je er als teamleider voor dat het proces van gebiedsgericht werken en beleidsontwikkeling bij de gemeente met elkaar in de pas blijven lopen, zonder een van beide partijen te frustreren?